Ailsum / Aitzum

In het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden van 1851 is sprake van een kasteel te Wittewierum.

De tekst:
   AILSUM, voorm. kast. in Fivelgo, prov Groningen, arr., kant. en 3 u. W. ten Z. van Apingedam, gem. en 1 u. O. van Ten-Boer, 1/4 u. W. van Wittewierum, waartoe het behoorde.
en
   Men wil, dat bij dit geh. voorheen eene sluis zoude hebben gelegen, doch dit is slechts een vermoeden, uit gevonden houtwerk in het diep opgemaakt. - Bij de Mude alhier plagt weleer het kasteel Ailsum te staan.

(Aa, vd, 1851, 1846)
Met "geh." wordt gehucht bedoeld, in dit geval Ten Post.


In het Jaarboek van en voor de Provincie Groningen uit 1832 is sprake van een borg halverwege Ten Post en Muda, bij de sluis

De tekst: 
De Schieringers van Fivelgoo waren hoogst ontevreden over het gedrag der Vetkoopers, en over hunne onderwerping aan den graaf van Holland. Besloten hebbende, om deze opdragt te keeren en rijksvrijen te blijven, verzamelden zij zich en trokken met de gemeente van Fivelgoo , onder aanvoering van Eppo van Nittersum, hoveling te Stedum , naar Westeremden,  waar zij Hayo Wibben en anderen van de partij der Onsta's in de kerk aantroffen en weldra aanvielen. Dezen, die zich eerst in het pastorijhuis hadden pogen te redden, vonden hier allen den dood.

De magt van Eppo groeide onderwijl , door bijvoeging der manschappen uit het Oldambt en van anderen uit Fivelgoo, nog meer aan. Dit deed hem besluiten, om den burg Aitzum , tusschen ten Post en de sluis (of de muide) , te overweldigen. Op dit slot bevond zich Pieter Reyners met eenige Hollanders, wegens den graaf van Holland , in bezetting. Hetzelve lag tusschen Oldersum , ten Post en de muide (sluis) en behoorde 1398 aan Rengers.

De bezettelingen waren tegen deze overmagt niet bestand; de burg werd weldra bemagtigd en de Hollanders geraakten in handen der belegeraars, welke hen allen in de sluis en in het Damsterdiep verdronken. Naderhand werden deze lijken opgevischt en bij de muide of fluis begraven: het huis werd nedergeworpen.

De Vetkoopers daagden nu insgelijks met eene aanzienlijke magt op, tegen welke de hoofdling Eppo
van Nittersum zich niet bestand achtte. Hierdoor zag hij zich gedrongen, om de wijk naar Groningen te nemen en het wapengeschrei wegens den wapennood en vervolging aan te heffen.

(Nicolaas Westendorp, Jaarboek van en voor de Provincie Groningen, Tweede stuk 1273 - 1493, J.Oomkens, Groningen 1832)

Dit verhaal komt in meer geschiedenisboeken uit de 18e en 19e eeuw voor.
In een noot in een boek uit 1793 wordt gesteld: "dat het een steenen huis was tusschen Ten Post en der Mude."

Op een kaart uit 1734 van de Provincieplaats (voormalige kloosterplaats) waar nu de boerderij Welgelegen staat (Rijksweg-237) is een perceel aangegeven dat inbreuk maakt op de landerijen rond de Provincieplaats en in eigendom is van Rengers (van Farmsum). Die ligt aan de noordkant van het Damsterdiep bij de flauwe bocht in het rechte deel tussen Ten Post en Schoenmakershorn, daar waar het Damsterdiep dicht bij de N360 komt.
Mogelijk is dit de plek waar de borg Aitzum stond.










In de kroniek van Johan Rengers wordt dit "kasteel" het Sterke Steenhuis van de Rengersen genoemd.